Mossel

Mossel

Mosselen zijn weekdieren, die voornamelijk in de kustgebieden leven. In de Oosterschelde en de Waddenzee komen zij in grote aantallen voor. In het voorjaar en de zomer vindt de voortplanting plaats. Miljoe-nen larven komen vrij en zwemmen in de kustgebieden en zeearmen rond. Na ongeveer een maand begint de schelp zich te ontwikkelen
en zinkt het zogenaamde mosselzaad onder het gewicht van hun schelp naar de bodem. Met behulp van byssusdraden (ook wel de baard genoemd) hechten zij zich vast aan de zeebodem, aan voorwerpen of aan elkaar. Het voedsel van de mossel bestaat uit
planktonalgen, die zij bemachtigen door het langsstromende zeewater te filteren. Mosseltjes van ongeveer 1 centimeter groot noemt men mosselzaad. Wanneer de mosselen circa 4 tot 5 cm lengte hebben, worden ze zogenaamde ‘halfwasmosselen’genoemd. Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen 6 tot 7 centimeter groot en geschikt voor consumptie.